Levensbehoeften

Voedselbanken springen als paddestoelen uit de grond. De schuldenproblematiek haalt regelmatig het nieuws. Naar aanleiding van de armoedemonitor van het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek koppen de kranten dat de armoede stijgt. Volgens PvdA-kamerlid Noorman-Den Uyl zijn de cijfers het gevolg van het ‘bikkelharde’ beleid; ‘Het kabinet heeft diep gesneden in de inkomens aan de onderkant van de samenleving.’

Wat zijn nu eigenlijk die cijfers? In 2005 had 10,5 procent van de mensen een laag inkomen. Het betreft overigens een raming op basis van de cijfers uit 2003. Het is natuurlijk niet niks, maar het is wel aanzienlijk minder dan vóór 1998, toen gemiddeld 15 tot 16 procent van de huishoudens rond moesten komen van een laag inkomen. Het aantal huishoudens dat langdurig afhankelijk is van een laag inkomen (vier jaar of meer) is zelfs sterk afgenomen. Van 7% in 1995 tot iets meer dan 3% in 2003. En op grond van de verwachtingen van de koopkrachtontwikkeling zal het aandeel lage inkomens in 2006 weer dalen tot het niveau van 2003.

Dus het is echt niet allemaal kommer en kwel. De beeldvorming in de media doet soms anders vermoeden. Sommige groepen hebben het inderdaad zwaar, vooral lage inkomens met kinderen. Ik heb het dus niet over alle groepen, anders krijgen we eenzelfde discussie als bij Geert Dales over de malle petjes.

Maar ik heb ook wel eens het gevoel dat bepaalde zaken steeds meer normaal gevonden worden. Dat mensen bepaalde spullen gewoon moeten hebben, normaal vinden, terwijl ze dat volgens mij niet zijn. Iedereen schijnt tegenwoordig een mobieltje te moeten hebben. De incassobureaus signaleren bij jongeren onder 25 jaar vooral schulden bij telefoonproviders. Een DVD-speler lijkt inmiddels algemeen gebruikelijk.

En iets heel eenvoudigs. In deze kersttijd verbaas ik me wel eens over de overdadige kerstverlichting op sommige woningen. Uitgerekend is dat de kosten van kerstverlichting tussen de vijf en zeventig euro extra zijn op de elektriciteitsrekening. De sfeervolle lampjes verbruiken bij intensieve toepassing tweederde van de jaarlijkse kosten voor verlichting van een gemiddeld gezin. Iets waar veel mensen niet bij stil staan, volgens mij.

Minister De Geus verwijst in zijn reactie op de armoedemonitor naar een onderzoek uit 2003 waaruit blijkt dat zowel minima als de rest van de bevolking steeds meer geld nodig zegt te hebben om van te leven. En dat staat los van de inflatie, want die zijn in de cijfers verrekend. Volgens De Geus zijn individuele omstandigheden (schulden, scheiding), bestedingspatroon en eisen die gesteld worden aan het minimuminkomen doorslaggevend. In vergelijking met landen met hetzelfde welvaartsniveau als Nederland (België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) zijn er volgens de minister in Nederland minder huishoudens die van een laag inkomen moeten rondkomen.

Is er dan niks aan de hand? Natuurlijk wel. De werkloosheid is de afgelopen jaren gestegen, de werkgelegenheid is afgenomen. Dan is het logisch dat er meer lage inkomens komen. Is dat acceptabel? Nee, natuurlijk niet.

Wat is dan de oplossing? Zorg dat de werkloosheid daalt en de werkgelegenheid toeneemt. Zorg dat de economie groeit en daarvoor de randvoorwaarden worden gecreëerd. Zorg dat mensen werk krijgen. Zorg dat er een concurrerend en gunstig vestigingsklimaat is. Zorg dat mensen klaar zijn om zo aan de slag te kunnen. Zorg dat het aantrekkelijk is voor mensen om een baan aan te nemen. Maar zorg ook dat mensen die geen zicht meer hebben op werk, betrokken blijven bij de maatschappij en wat mij betreft ook wat extra’s krijgen.

Aukje de Vries - 23 december 2005