"De wil tot verschil": liever stemrecht voor bedrijven

In opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een Commissie Toekomst Lokaal Bestuur gekeken naar de toekomst van de gemeentelijke bestuurslaag. Dit heeft geresulteerd in het boekwerkje “Wil tot verschil – gemeenten in 2015”.

De commissie stelt de burger centraal, zo wordt gesteld, maar ik vraag me dat af. Er wordt vooral een discussie over de structuur gevoerd, waarbij primair aan het behoud van de gemeente als bestuurslaag, met de bijbehorende organisatie wordt gedacht. Cultuur en communicatie komen amper aan bod, terwijl het daar voor mij vooral om gaat. Het gaat erom wanneer en hoe je mensen zeggenschap geeft, ze de mogelijkheid geeft om mee te praten, waarbij je vooraf duidelijk moet maken waar de ruimte (nog) zit, en vooral om aan te geven wat je vervolgens met de ingebrachte zaken doet (of niet doet). Daar moeten duidelijkheid over bestaan.

Er wordt natuurlijk gezegd dat er een kloof is. Maar is die er eigenlijk wel? Onlangs zei oud-burgemeester Pop van Haarlem het wat mij betreft erg treffend: “Een kloof? In de jaren zeventig, tóén was er een kloof. Niemand dacht toen aan de burger … Ik ben niet somber, het bestuur is tegenwoordig zeer bereikbaar en aanspreekbaar.”

De overheid moet meer zichtbaar worden! Maar waarom eigenlijk? Is dat nou wat de burger wil? Als ik eerlijk ben, denk ik dat de burger voor bepaalde taken liever een “onzichtbare overheid” heeft. Het boeit mensen niet wie wat nu precies levert of hoe het wordt geleverd. Ze willen niet naar allerlei instanties hobbelen. Er moeten niet onmogelijke of onnodige regels zijn, waar je last van hebt. De overheid moet af van het imago van “hindermacht”.

Uiteindelijk draait het advies van de commissie uit op een pleidooi voor het recht op ongelijkheid voor de gemeenten. Het recht op lokale differentiatie zou zelfs moeten worden vastgelegd in de Gemeentewet. Pluriformiteit is hét sleutelwoord voor de gemeente van de toekomst. De commissie gaat uit van het feit dat burgers dan zelf voor de gemeente kiezen die het best bij hen past. Dat zou veronderstellen dat burgers volledig vrij zijn om hun gemeente te kiezen. En dat is natuurlijk niet waar. Grote groepen in de samenleving kunnen dat helemaal niet, hebben daarvoor niet de (financiële) mogelijkheden.

Natuurlijk mogen gemeenten verschillen, maar dat is nu ook al mogelijk. Er zitten echter duidelijke grenzen aan. Ik kan een burger echt niet uitleggen waarom hij/zij in de ene gemeente een rollator wel vergoed krijgt en in de andere niet. De commissie slaat wat mij betreft dan ook door. Zeer zeker als het gaat om de inrichting van de gemeente. Er zou keuze moeten zijn wat betreft het bestuursmodel van de raad, de omvang van de raad, aantal en soort wethouders, de zittingsduur en samenstelling van de raad. Ik vraag me werkelijk af of een burger dat nou maar iets interesseert of boeit. De commissie houdt ook een pleidooi oor het feit dat mensen mogen kiezen in welke gemeente ze willen stemmen, waar ze wonen of waar ze werken.

Op zich aardig bedacht, maar als ik dan toch wat zou willen veranderen, en een groep stemrecht zou mogen geven in de gemeente?! Dan zouden dat wat mij betreft de bedrijven zijn. Er wordt nog te vaak voor en over hun beslist in de gemeente. De mening van het bedrijfsleven heeft nog veel te weinig stem. En dat is gelet de rol van het bedrijfsleven voor een gemeente jammer. Daar rept het rapport echter niet over.

Aukje de Vries - september 2006