Algemene Financiële Beschouwingen in teken middeninkomens

Voor de VVD staat de Begroting 2020 in het teken van de middeninkomens, de hardwerkende Nederlanders. Of het nu op een kantoor in Leeuwarden is, op de bouwplaats in Venlo of in een fabriek op de Maasvlakte, zet jij je in voor een ander, probeer je Nederland elke dag een beetje beter te maken en het leven van de mensen om je heen mooier, dan verdien je onze volledige steun. Ook onze ondernemers en mkb'ers die het geld verdienen, zullen we moeten steunen. Daar wordt het eerste dubbeltje verdiend. Zij zorgen voor banen van heel veel van die middeninkomens. De VVD legt zich ook niet neer bij minder groei, en zal knokken voor iedere procentpunt groei, om middeninkomens meer lastenverlichting te kunnen geven. En zodat de 21ste eeuw weer een gouden eeuw kan worden.

Klik hier om het debat terug te kijken.

Telegraaf >>

Bijdrage Aukje de Vries bij de Algemene Financiële Beschouwingen 2 en 3 oktober 2019: Voorzitter, voor de VVD staat deze begroting in het teken van de middeninkomens, de hardwerkende Nederlanders. Of het nu op een kantoor in Leeuwarden is, op de bouwplaats in Venlo of in een fabriek op de Maasvlakte, zet jij je in voor een ander, probeer je Nederland elke dag een beetje beter te maken en het leven van de mensen om je heen mooier, dan verdien je onze volledige steun, van de VVD en wat ons betreft ook van het kabinet. Voorzitter, ik wil het in mijn bijdrage hebben over drie onderwerpen hebben: de positie van de middeninkomens nu, hun positie in de toekomst en het groeivermogen van de economie.

De middeninkomens nu

Allereerst de positie van de middeninkomens nu. Voor de VVD is de belangrijkste opdracht voor het kabinet-Rutte III dat mensen in ons land gaan profiteren van het feit dat het beter gaat. Ondanks de lastenverlichting zit daar toch nog altijd een zorgpunt voor mijn fractie. Het was niet voor niets dat mijn partijleider Mark Rutte in juni begon over de koopkracht voor de middeninkomens. Als overheid kunnen wij alleen belastingverlaging geven, maar de zwaartekracht van de lonen trekt de koopkracht toch te veel naar beneden in de laatste jaren. Vandaar ook de oproep van de VVD aan de grote bedrijven om waar mogelijk de lonen meer te laten stijgen. Het is niet uit te leggen dat de winsten zich op recordhoogte bevinden, dat de salarissen aan de top fors stijgen en dat de gewone mensen in die bedrijven dan niet voldoende profiteren. De VVD kiest met de volste overtuiging voor die middeninkomens, voor de hardwerkende Nederlanders. We zien dat deze groep het vaak zwaar heeft, zelfs met deze goede economische omstandigheden. Veel beleid van de overheid is gericht op het sociale vangnet, op de lage inkomens. Dat is goed, daar zijn we een beschaafd land voor. Maar het resultaat is vaak dat de middenklasse net overal buiten valt.

Voorzitter. Toen wij deze zomer over de begroting spraken, was de prioriteit van de VVD dan ook duidelijk: er moet meer geld in de portemonnee terechtkomen, juist bij deze groep. Ik ben ook blij dat dat gelukt is. 3 miljard euro extra voor de middenklasse en de hardwerkende Nederlanders. En de lastenverlichting uit 2021 wordt nog een jaar naar voren gehaald. Met een jaar de lasten verlagen hebben we, zoals de minister van Financiën zelf ook al heeft aangegeven, de fear of falling niet opgelost. Daar is meer voor nodig. Wat de VVD betreft, hadden we nog meer lastenverlichting gegeven. De VVD blijft zich daar ook de komende jaren voor inzetten. Naast de extra lastenverlichting in de inkomstenbelasting komt er ook een verlaging van de energiebelasting met zo'n €100 gemiddeld per gezin. De belasting op spaargeld gaan we eerlijker maken, want je betaalde meer belasting dan spaarcenten opleverden. Mijn collega van de PVV zei het zonet ook al. Zelfs het toptarief komt voor het eerst onder de 50%. Ook op de woningmarkt nemen we maatregelen, zodat starters en andere mensen eerder aan een huis komen.

De middeninkomens in de toekomst

Voorzitter. Als wij willen dat de middenklasse er de komende jaren ook op vooruit blijft gaan, dan ligt er ook een grote taak voor onszelf. Dat betreft de regels die we onszelf stellen en de ambitie die we hebben voor de toekomst. Allereerst die regels. Begrotingsregels lijken apolitiek vastgesteld door studiegroepen; hooggeleerde ambtenaren op het ministerie van Financiën, maar het tegendeel is waar. Ze zijn politiek en er zijn verschillende begrotingsregels die wellicht het leven van de minister van Financiën erg aangenaam maken, maar die juist het verbeteren van de positie van de middeninkomens bemoeilijken. De VVD heeft eerder ook al eens gepleit voor het terugbrengen van de zogenaamde meevallersformule. Dat klinkt heel technisch, maar meevallers in de overheidsbegroting worden dan niet alleen ingezet voor het verlagen van de staatsschuld maar vooral voor het verlichten van de lasten van de middeninkomens. Zeker in deze tijden van voorspoed zou de VVD dat logisch vinden. Immers, de middeninkomens hebben lange tijd meebetaald toen het slecht ging en nu het goed gaat, zouden zij ook mee moeten profiteren. Ook minister Hoekstra heeft meermalen extern geroepen dat hij wil opkomen voor de middenklasse en ook dat we niet meer alles moeten inzetten op een nog veel lagere staatsschuld. Het klinkt vreemd uit de mond van een VVD'er, maar daar ben ik het volledig mee eens. Er zijn hogere doelen in het leven dan het aflossen van de staatsschuld. Dus ik zou zeggen: minister, pak deze handschoen op, laat middeninkomens meeprofiteren en breng die meevallersformule terug. Graag een uitgebreide reactie van de minister.

Er is nog zo'n begrotingsregel die het voor middeninkomens onnodig moeilijk maakt, namelijk de begrotingsregel over de zorgpremie. Als de stijging van de premie meevalt ten opzichte van wat er werd geraamd, dan volgt daar nu verplicht een lastenverzwaring op. Oftewel, we maken minder kosten dan gepland, dus moet er een belastingverhoging volgen. Dit is volstrekt onnavolgbaar. Ik kan het nog steeds niet uitleggen aan mensen, des te meer omdat lastenverlichting bij hogere zorgpremies juist vaak achterwege bleef in de afgelopen jaren. De minister heeft aangegeven de Studiegroep Begrotingsruimte te vragen om te kijken naar deze begrotingsregel. Dat is natuurlijk prima, maar ik zou de minister toch willen vragen of er niet eerder actie ondernomen kan worden. Want niet lang na Prinsjesdag kwam het eerste bericht van zorgverzekeraar DSW dat de zorgpremie meer zou stijgen dan verwacht. Kan de minister dan ook garanderen dat, als dit de trend zou worden en in 2020 blijkt dat de zorgpremie tegenvalt ten opzichte van de raming, we dan ook de begrotingsregel gaan toepassen en er dus extra lastenverlichting te zien is? Het Centraal Planbureau liet in de Macro Economische Verkenning al zien dat de zorg langzaamaan steeds meer vraagt van de koopkracht van mensen. Zonder een kritische blik op de begrotingsregels of op de groeiende zorgkosten is de zorg namelijk wat wij bij de VVD wel noemen een sluipmoordenaar voor de koopkracht van de middeninkomens.

Als ik dat zeg, kom ik ook al snel bij de energierekening. Vorig jaar hebben we daar een onaangename en verwarrende discussie over gehad. Die was niet goed voor het draagvlak, zowel voor de klimaatmaatregelen als voor het algemene beleid. Het kabinet verlaagt nu de energiebelasting met gemiddeld €100 per gezin bij gemiddeld gebruik. Dat is natuurlijk mooi, maar ook nu zijn er helaas alweer berichten in de media dat de berekening niet goed in elkaar zit en er mogelijk een te laag verbruik gerekend is. Hoe kijkt de minister daarnaar? Kloppen die berekeningen nu wel en welke stappen zijn er gezet om het ramen van de energierekening en de koopkracht structureel te verbeteren? Hoe gaat de minister monitoren hoe dit loopt en welke gevolgen dit voor de koopkracht van de middeninkomens gaat hebben? En wat gaat de minister doen als het weer niet blijkt te kloppen? Vinden we elkaar dan weer voor aanvullende maatregelen, of vindt de minister die dan niet nodig?

Een derde potentiële sluipmoordenaar die ik wil benoemen is de ozb van de gemeenten. Daar hebben wij als Rijk niet direct invloed op, maar er zijn signalen dat veel gemeenten gaan kiezen voor het verhogen van die ozb, onroerendezaakbelasting. Dit kan ook gevolgen hebben voor de koopkracht. In hoeverre is er rekening gehouden met een ozb-stijging in de cijfers? En welke afspraken maakt de minister met gemeenten om te voorkomen dat onze lastenverlichting voor middeninkomens opgesnoept wordt? We hebben natuurlijk wel een macronorm afgesproken met de gemeenten voor de ozb, maar daar is veel kritiek op, ook bij het kabinet zelf. Hoe gaat het kabinet nu echt eens goed monitoren en handhaven? Sommige koopkrachtslurpers liggen in ieders blikveld, zoals de stijgende kosten van de zorg en de sociale zekerheid. Het structureel versterken van de middenklasse verdient meer aandacht dan alleen een eerste, zij het mooie belastingverlaging. Het verdient onze constante focus en om ook in de toekomst belastingverlaging te kunnen geven, zullen we financiële ruimte moeten maken. We zullen dan ook bereid moeten zijn om uitgaven niet meer te doen of minder te doen. Laten we dan vooral ook kijken naar de doelmatigheid van die uitgaven. Ik kijk ook even naar de heren Sneller en Snel omdat zij zich daar ook voor inzetten, want daar is ook nog een wereld te winnen. De minister heeft dat terecht ook meermalen in externe lezingen benoemd. De collectieve lastendruk is nog steeds te hoog, ook al daalt die eindelijk weer eens in het komende jaar. Maar de minister wordt niet echt concreet en komt niet verder dan een algemene analyse. Wat doet hij concreet, wat gaat hij concreet doen en welke voorstellen ziet hij concreet voor zich om de stijgende kosten van de zorg en de sociale zekerheid te beteugelen?

Het groeivermogen van de economie

Dan kom ik bij mijn laatste onderwerp, last but not least, het verdienvermogen van de Nederlandse economie. In tegenstelling tot mensen die zeggen dat we niet meer moeten inzetten op groei gelooft de VVD dat welvaart en welzijn niet zonder groei kunnen. Groei zorgt ervoor dat kinderen naar een goede school kunnen gaan, dat we ouderen goede zorg kunnen verlenen, dat we ons land veilig kunnen houden en dat we ons land door alle technologische innovaties duurzamer en beter kunnen maken. We zien dat met vergrijzing en teruglopende arbeidsproductiviteit de trendmatige groei in Nederland terugvalt naar zo'n 1,5%. De verwachting is ook niet dat die groei de komende decennia zomaar zo groot zal worden als in de vorige eeuw. Als we de middeninkomens in de toekomst lastenverlichting willen geven, dan zullen we dus moeten knokken voor elke procentpunt groei. De VVD legt zich niet neer bij minder groei. We moeten kijken hoe wij die groei weer kunnen vergroten en het verdienvermogen van Nederland kunnen versterken. Het versterken van het groeivermogen kan door een investeringsfonds. Daar gaat het kabinet onderzoek naar doen. Maar daarmee zijn we er niet. Het investeringsfonds is wat ons betreft geen doel op zich, maar een middel. Daarom moet er eerst een ambitieuze groeiagenda komen om te kijken hoe we die groei gaan realiseren. Wat de VVD betreft moet zo'n fonds het verdienvermogen versterken, maar wordt het geen snoeppot. We hebben in het verleden al te veel goedbedoelde fondsen het onderspit zien delven. De definitie van investering werd net zo lang opgerekt tot nagenoeg elke uitgave een investering was, maar dat moeten we voorkomen. Ik ben benieuwd hoe de minister dat gaat borgen.

Ik zei het net ook al even kort: dat betekent ook dat we onze ondernemers en mkb'ers die het geld verdienen, zullen moeten steunen. Groei kun je niet alleen realiseren als overheid; daar heb je bedrijven en ondernemers bikkelhard bij nodig. Daar wordt het eerste dubbeltje verdiend. Zij zorgen voor banen van heel veel van die middeninkomens, waar een heel groot deel van mijn inbreng over ging. Ik kwam laatst bij een collega van mij een mooie uitspraak van Winston Churchill tegen. Die zei: "Sommigen beschouwen private bedrijven alsof het rovende tijgers zijn die je moet neerschieten, anderen zien ze als een melkkoe. Slechts een klein deel ziet ze zoals ze echt zijn: een sterk paard, dat de hele kar trekt". Daarom ook een vraag aan de minister. De verlaging van de winstbelasting wordt uitgesteld, de daaraan gekoppelde verhoging van box 2 echter niet. Dat lijkt onredelijk. Wat is de uitleg van de minister daarbij? Waarom is de verhoging van box 2 voor ondernemers niet ook met een jaar uitgesteld? Daarnaast was de verhoging van box 2 in eerste instantie te wijten aan het zogenaamde globaal evenwicht. Volgens het Centraal Planbureau is het globaal evenwicht echter geen beslissende of bepalende factor voor ondernemers. Kan de minister daarop reageren?

Dit alles wil niet zeggen dat we niets terug mogen vragen van die bedrijven en ondernemers. Mijn fractievoorzitter heeft het tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen al uit de doeken gedaan. Draag je als ondernemer bij aan de Nederlandse samenleving, dan rollen wij de rode loper voor je uit. Kom je zonder bij te dragen en zonder wederkerigheid te tonen, dan hoef je niets van ons te verwachten. Ik denk dat het voorbeeld van Klaas Dijkhoff bij de Algemene Politieke Beschouwingen heel beeldend was, toen het ging over Philips, Eindhoven, PSV en Brainport. Mooie voorbeelden van hoe in het verleden die wederkerigheid werkte. Ik ben zelf een aantal jaren bedrijfscontactfunctionaris geweest bij de gemeente Leeuwarden. Ik heb daar gezien dat ondernemers in de meeste gevallen midden in de samenleving staan. Dat ze de voetbalclubs of het muziekkorps sponsoren. Dat ze mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt een kans bieden en dat ze, als het slecht gaat met het bedrijf, soms zelfs te lang wachten om moeilijke maatregelen te nemen en mensen te ontslaan. Laten we die wederkerigheid koesteren en laten we die ondernemers prijzen en volledig steunen. Van de minister vraag ik meer dan alleen bespiegelingen. Groei mogelijk maken vraagt ook dat we kijken naar de arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit. We zijn denk ik wereldkampioen deeltijdwerken. Mensen mogen natuurlijk die keuze maken, maar laten we ook kijken of de prikkels wel goed zijn om meer werken aantrekkelijker te maken. Wat voor plannen heeft de minister, en misschien ook de staatssecretaris, daarvoor?

Het vraagt ook dat we naast de kennisinfrastructuur en de innovatie kijken naar de gewone infrastructuur. Die moet op orde zijn, want een kapotte Botlekbrug helpt de economie niet. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat we voldoende geld voor onderhoud en achterstallig onderhoud van onze infrastructuur hebben en tegelijkertijd voldoende kunnen investeren in nieuwe infrastructuur? De VVD wil geen kannibalisme dat zo veel voor de kosten voor onderhoud en achterstallig onderhoud uit het Mobiliteitsfonds snoept dat het ten koste gaat van nieuwe noodzakelijke investeringen.

Laten we dat vooral allemaal gaan doen, zodat de 21ste eeuw weer een gouden eeuw kan worden: voor de economie, voor Nederland, voor de mensen in Nederland, voor banen en vooral voor de middeninkomens.