Schriftelijke vragen: steunmaatregelen bruine vloot

De VVD maakt zich zorgen over de bruine vloot. In september 2020 is er 15 miljoen euro beschikbaar gemaakt om het varend cultureel erfgoed financieel te ondersteunen in deze moeilijke coronatijd. Intussen heeft de VVD hier meerdere malen vragen over gesteld aan Mona Keijzer, staatssecretaris van EZK, maar er is nog steeds duidelijkheid wanneer de regeling gereed is en het geld bij de ondernemers kan zijn. Opnieuw stelt de VVD dit aan de kaak en vraagt de staatssecretaris ook wanneer en onder welke voorwaarden de historische zeilschepen weer verantwoord kunnen varen.  

Schriftelijke vragen van de leden Aukje de Vries en Aartsen (beide VVD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de steunmaatregelen voor de bruine vloot

1. Herinnert u zich uw bijdrage bij het symposium “toekomst van de bruine vloot” op 4 maart 2021?

2. Herinnert u zich dat u toen heeft aangegeven “we zijn bijna klaar met het vormgeven van een regeling” en sprak over “heel snel vaststellen” van een regeling voor het varend erfgoed en dat u op de vraag wanneer de 15 miljoen euro voor de bruine vloot kan worden uitgekeerd heeft geantwoord dat de regeling “op een haar na gevild is”? Wat bedoelde u daarmee, graag een uitgebreide toelichting? Wat bedoelde u toen u zei dat er extra steun bovenop de 15 miljoen euro kwam? Wat bedoelde u met “heel snel vaststellen”?

3. Hoe moeten uw uitspraken op 4 maart 2021 gezien worden tot de uitspraak in de brief van 17 februari 2021 dat de regeling voor de historische zeilschepen eind tweede kwartaal 2021 open zal worden gesteld en dat er nu begin mei (2 maanden later) nog geen regeling of concept-regeling bekend is gemaakt? Bent u het de VVD eens dat u andere verwachtingen heeft gewekt op 4 maart jl.? Zo nee, waarom niet?

4. Hoe ziet de regeling er op hoofdlijnen en in eventueel concept uit, aangezien u begin maart heeft aangegeven dat u bijna klaar bent met het vorm geven van een regeling? Kunt u de contouren schetsen? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u aangeven hoe de sector van de bruine vloot er op dit moment voor staat, want u gaf eerder aan dat “de ergste nood eraf is”, de VVD krijgt namelijk andere signalen? In een artikel in de Leeuwarder Courant van 7 mei 2021 wordt aangegeven dat bijna de helft van de bruine vloot financiële hulp nodig heeft, kan de staatssecretaris daarop reageren, net als op de rest van dat bericht “Fonds 50 miljoen euro nodig voor overleving bruine vloot”? 

6. Wat is de stand van zaken van het overleg met de Europese Commissie met betrekking tot de staatssteun, want tijdens het symposium gaf u aan dat de regeling er binnen een paar weken zou kunnen zijn als aan die voorwaarde was voldaan?

7. Welk overleg heeft er sinds begin maart met de vertegenwoordigers van de bruine vloot plaats gevonden, graag een overzicht met data, deelnemers, onderwerpen die zijn besproken en uitkomsten?

8. Kunt u een uitgebreide reactie geven op de brandbrief van BBZ, de vereniging voor beroepschartervaart, van 16 april 2021 over het tweede verloren jaar?

9. Welke afspraken zijn gemaakt met de bruine vloot over een protocol waardoor men weer verantwoord kan gaan varen? Wanneer zou in het stappenplan c.q. openingsplan de bruine vloot weer kunnen gaan varen en onder welke voorwaarden? Welk overleg heeft daarover plaats gevonden met de sector dan wel vindt daarover nog plaats?

10. Eerder is gevraagd om een afschrift te krijgen van de brandbrief van een moeder van een bruine vloot schipper, die zou op 17 februari jl. aan de Kamer gestuurd zijn bij Kamervragen van de VVD, klopt het dat deze uiteindelijk niet is bijgevoegd, kan deze, indien deze nog niet is toegestuurd, alsnog worden bijgevoegd?

11. Kunt u deze vragen gewoon één voor één beantwoorden én binnen de gestelde termijn, want de laatste vragen van de VVD hierover van 16 februari en 22 februari 2021 zijn pas op 28 april 2021 beantwoord?