Wetgevingsoverleg jaarstukken Koninkrijksrelaties 2020

Tijdens het wetgevingsoverleg over de jaarstukken Koninkrijksrelaties 2020 heeft de VVD aandacht gevraagd voor drie zaken. Allereerst wil de VVD dat de geconstateerde onvolkomenheden als het gaat om de informatiebeveiliging bij onder andere de Rijksdienst Caribisch Nederland daadwerkelijk worden opgelost. Ten tweede wil de VVD beter financieel beheer van sociale uitkeringen. Ten derde heeft de VVD aan de staatssecretaris gevraagd waarom het artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet, kijkend naar de doelstellingen, doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid, niet vaker wordt toegepast en of de beleidsdoelstellingen concreter geformuleerd kunnen worden. Zo kan de Tweede Kamer hier beter zicht op houden.   

 Spreektekst Wetgevingsoverleg Jaarverslag en slotwet Koninkrijkrelaties (d.d. 1 juli 2021):

Voorzitter, drie punten wat mij betreft.

Het gaat onder meer over de Rijksdienst Caribisch Nederland. De Algemene Rekenkamer heeft wederom — dat is al sinds 2017 zo — een onvolkomenheid geconstateerd als het gaat om de informatiebeveiliging. Er is nu de prognose dat het in juni 2022 opgelost zou kunnen zijn. Nu zien we dat dat soort beloftes wel vaker gedaan wordt. We zijn dus wel benieuwd of echt gegarandeerd kan worden dat er dan geen onvolkomenheid meer is. We begrepen ook dat er geen verplichtingenadministratie is. Dat vinden we wel opvallend. Wanneer is dat opgelost?

Mijn tweede punt is het financieel beheer van de sociale uitkeringen, wederom bij de Rijksdienst Caribisch Nederland, maar dan bij de unit van Sociale Zaken. Hier is een meerjarig verbetertraject opgestart. Ook dit is sinds 2016 al een onvolkomenheid. De Algemene Rekenkamer heeft gevraagd om structurele verbeteringen in het financiële beheer bij deze unit. Welke verbeteringen zijn doorgevoerd? Wat is de stand van zaken? Ligt men op schema, zodat dit ook in 2021 daadwerkelijk opgelost kan zijn?

Voorzitter. Een derde punt is artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet. Dat klinkt heel technisch, maar het gaat erom dat bij beleidsvoorstellen bekeken wordt wat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid is en wat de doelstellingen zijn. Dit is bij Koninkrijksrelaties maar één keer toegepast, bij het Trust Fund Sint-Maarten. Onze vraag is waarom dit niet vaker is toegepast en welke plannen de staatssecretaris heeft om daar in de toekomst meer mee te doen. De beleidsdoelstellingen zijn vrij vaag geformuleerd, zoals het bevorderen van goed bestuur. Daar kan natuurlijk niemand tegen zijn, maar hoe ga je dat dan meten en welke beleidsindicatoren kun je daaraan koppelen? We zouden de staatssecretaris wel willen uitdagen om een aantal acties te ondernemen om dat te verbeteren, zodat we dit ook beter in de gaten kunnen houden als Tweede Kamer.